Voor op de herfsttafel:


Gemaakt van gekamde merino-wol en de bovenkant van het hoedje is scheerwol.
Het lijfje is opgebouwd uit pijpenragers (chenilledraad) om het stevigheid te geven en om dit 'skelet' heen breng je plukjes gekamde wol aan. Met warm zeepwater en je handen modelleer je de lijfjes.
Het hoofd bestaat uit een viltenballetje (wol in een knotje wikkelen en vervilten) wat je vastmaakt met een naald&draad. De ogen en mond met een paar steekjes aangeven.
De paddestoel-hoed is hol vilt, je knipt een cirkel (1,5 cm groter dan je uiteindelijke maat) en bedekt de beide kanten met laagjes wol (kriskras). Vervilten met warm water en een wasbord, daarna de onderkant kant een klein beetje openknippen en karton eruit halen. De vorm binnenstebuiten halen en de knip even met een paar steekjes weer dichtnaaien. Even navilten en op het hoofd naaien.
De schoentjes maak je van hol vilt (je knipt een zool uit van karton-1,5 cm groter dan je nodig hebt ivm krimpen van de wol bij het vilten-en aan beide kanten breng je kriskras laagjes wol aan. Met warm zeepwater en bijv. een wasbord of bubbeltjesplastic wrijf je de wol zodat het gaat vervilten. Daarna knip je aan een kant een opening en haalt het karton eruit. Je draait het schoentje binnenstebuiten en vilt het nog een beetje na. Met een paar steekjes maak je het schoentje eventueel vast aan de voet.
N.B. Deze mannetjes heb ik niet zelf bedacht, wil je weten in welk boek een uitgebreide werkbeschrijving staat dan hoor ik dat wel....