|
Geschreven door Nynke Bal
|
|
dinsdag 25 september 2007 |
|
Het aantal jonge moeders dat stopt met borstvoeding omdat ze weer beginnen met werken, is de afgelopen jaren flink toegenomen. Dat blijkt uit onderzoek van TNO in opdracht van het Voedingscentrum. Het Voedingscentrum maakt zich zorgen over die trend: het geven van borstvoeding heeft zowel voor het kind als voor de moeder gunstige effecten.
TNO vergeleek gedurende twee periodes (2001 tot 2003 en het jaar 2007) het aantal jonge moeders dat voortijdig stopt met borstvoeding. Dat is nagenoeg hetzelfde gebleven. Uit het onderzoek komt naar voren dat 80 procent van de jonge moeders na de bevalling begint met borstvoeding. In de weken daarna daalt dat percentage echter snel. Na drie maanden krijgt nog maar één op de drie baby's volledig borstvoeding.
Meer in lees verder
Als belangrijkste reden om voortijdig te stoppen, noemen vrouwen 'te weinig melk'. Meer dan een kwart van de jonge moeders (28 procent) geeft aan te stoppen met borstvoeding vanwege het werk. In 2003 was dat nog twaalf procent. Volgens het Voedingscentrum komt dit doordat veel vrouwen niet weten dat een maatregel als kolven op het werk bij wet is geregeld. Ook wijzen werkgevers hun werknemers te weinig op dat recht.
Het Voedingscentrum noemt de trend 'zorgwekkend', omdat het geven van borstvoeding positieve effecten heeft voor zowel het kind als de moeder. Zo versterkt moedermelk het immuunsysteem van het kind en beschermt het tegen infecties van het maagdarmkanaal, middenoorontsteking en overgewicht. Moeders hebben minder kans op botontkalking, borstkanker en reuma. Volgens het Voedingscentrum zouden vrouwen hun kind tot tenminste zes maanden met de borst moeten blijven voeden.
Bron: Nederlands Dagblad
Tags:
Klik hier om een Tag toe te voegen...,
|