|
Twee op de honderd moeders kunnen geen borstvoeding geven of hebben te weinig melk. Voor die vrouwen biedt donormelk van het Moedermelk Netwerk uitkomst.
'Als moeder heb ik gefaald, zo voelt het echt. Ik wilde het beste voor mijn kind, ik wilde borstvoeding geven. Daar bereidde ik me tijdens mijn zwangerschap al op voor door er veel over te lezen", vertelt een moeder die onvoldoende melk had voor haar baby.
Ze wil anoniem blijven, omdat niet iedereen in haar omgeving weet dat ze van de melk van andere moeders afhankelijk is om haar kind borstvoeding te geven. "Ik vind het vervelend om uit te leggen dat het mij niet lukt. Daarom vertel ik het alleen aan mensen die weten hoezeer ik ervoor heb geknokt om wél genoeg melk te hebben."
Meer in lees verder
De groeivorderingen van haar zoontje waren een aanhoudende bron van zorg. Toen het kind zeven maanden was, zakte hij steeds verder weg in de groeicurves van het consultatiebureau en begon hij af te vallen. Een kinderarts ontdekte dat hij een nierbekkenontsteking had, veroorzaakt door een tekort aan vocht.
In het ziekenhuis kreeg het jongetje twee weken hypoallergene kunstvoeding. "Een noodoplossing", legt zijn moeder uit, die hoorde dat haar kind via de borstvoeding te weinig melk kreeg. "Ik kon maar moeilijk accepteren dat mijn lichaam niet meewerkte. De keuze om borstvoeding te geven was een heel bewuste. Te meer omdat er veel allergieën in onze familie voorkomen. Moedermelk kan die tegengaan. Bovendien heeft mijn man een darmziekte. Borstvoeding verkleint de kans dat mijn zoon die ziekte ook krijgt." Ze schakelde de hulp in van een lactatiekundige, die vrouwen met borstvoedingsproblemen begeleidt. Toen die ondersteuning niet resulteerde in voldoende melkproductie klopte ze aan bij het Moedermelk Netwerk, een initiatief van Chella Verhoeven, vrijwilliger bij de Vereniging Borstvoeding Natuurlijk (VBN). Verhoeven vond voor haar een donormoeder.
Zo'n twee jaar geleden zette Verhoeven de donorbemiddelingsbank op. "Ik was contactpersoon bij de VBN toen een moeder me in paniek belde omdat ze te weinig melk aanmaakte voor haar kindje dat een ernstige vorm van koemelkallergie had." Vrijwilligers waren er binnen de vereniging best te vinden, maar melkdonatie bleek niet zonder risico. Ziekten als hiv en herpes kunnen immers via moedermelk worden overgedragen. Verhoeven had nog geen manier voor veilige melkdonatie.
"Helaas kon ik die moeder toen niet helpen, maar het was wel de aanleiding om ook juridisch precies uit te zoeken hoe ik vrouwen in de toekomst wél aan een donor zou kunnen helpen."
Volgens Verhoeven heeft slechts twee procent van de vrouwen onvoldoende melk of kan helemaal geen borstvoeding geven. Bijvoorbeeld als gevolg van een borstverkleining. Die vrouwen wenden zich tot haar. Maar ook vrouwen met hiv of moeders die medicatie gebruiken die niet samengaat met borstvoeding komen in aanmerking.
Wie zich meldt als donor, moet een bloedtest laten afnemen om via melk overdraagbare ziekten en aandoeningen uit te sluiten. De vraagouder betaalt de bloedtest. Gemiddeld koppelt Verhoeven een keer per maand een donor aan een vraagouder.
Anneke Levelt is een van de donoren: "Mijn kraamhulp zag hoe ik tijdens het voeden onder de ene borst een kopje hield om overtollige melk op te vangen, terwijl mijn zoon aan de andere borst dronk. Omdat hij aan één borst genoeg had, gooide ik het kopje steeds leeg in de gootsteen. Doodzonde. De kraamhulp wees me op het bestaan van het Moedermelk Netwerk. Sindsdien vries ik de overtollige melk in." Eens in de drie tot vier weken haalt een moeder, die als gevolg van een borstverkleining onvoldoende voeding heeft, die op.
"Een fantastisch initiatief", noemt lactatiekundige Myrte van Lonkhuijsen het werk van Verhoeven. Toch plaatst ze een kanttekening. Volgens haar hebben veel vrouwen een tekort aan melk doordat ze de eerste weken onvoldoende zijn begeleid bij de borstvoeding. Van Lonkhuijsen: "Moeders van couveusekinderen krijgen in het ziekenhuis vaak te horen dat ze niet veel hoeven kolven omdat hun kindje toch weinig drinkt. Dat is echter funest voor de melkproductie. Om die op termijn goed te houden, moet je juist in die eerste weken veel kolven."
Ziekenhuispersoneel en kraamhulpen moeten daarom meer aandacht schenken aan manieren om een goede melkproductie te bevorderen. "De groep die donormelk nodig heeft, is klein en het is goed als die zo klein mogelijk blijft." Dat zij bij die kleine groep hoort, noemt de moeder die anoniem wil blijven 'frustrerend'. "De eerste keer dat ik mijn zoontje de melk van een andere moeder gaf, heb ik flink gehuild. Inmiddels geef ik hem lachend de fles.
Dankzij die melk is zijn uitgangspositie een stuk beter. Hij groeit nu goed en heeft geen nierbekkenontsteking meer gehad. Voor de donoren heb ik veel bewondering. Ze geven letterlijk een stukje van zichzelf en dat is me heel wat waard."
www.moedermelknetwerk.nl Bron: de Gelderlander
|