|
HILVERSUM - In naar schatting 70 procent van de kinderdagverblijven is de luchtkwaliteit onder de maat. Kinderen kunnen daardoor last krijgen van onder andere hoofdpijn, droge ogen, en allergieën.
Dat stelde ir. A. Boerstra, binnenmilieuspecialist maandagavond in het TROS-programma Radar. De GGD heeft een grenswaarde bepaald voor het CO2-gehalte in kinderdagverblijven. In twee centra waar het tv-programma een steekproef nam, bleek het gehalte in de ruimtes waar kinderen slapen tweemaal zo hoog.
GGD-arts Frans Duijm raadt ouders aan hier op te letten. Zij kunnen de kinderdagverblijven vragen een CO2-meter op te hangen. Bron: AD
Stuk van Radar in lees verder
Artikel bij tros radar:
Anderhalf jaar geleden besteedde Radar aandacht aan het binnenmilieu op scholen. (linkje naar oud onderwerp: 21-11-2005 )Toen al bleek acht op de tien scholen niet goed geventileerd te zijn en dus een slecht binnenmilieu hadden.
Onder het binnenmilieu verstaat men alle fysische, chemische en biologische factoren die van invloed zijn op de gezondheid en het welzijn van de gebruikers.
Een goede indicatie voor een goed of slecht binnenmilieu zijn CO2 waarden. De hygiënische grenswaarde voor CO2 concentratie in Nederland voor (basis) scholen ligt op 1200 ppm. Deze grens wordt veelvuldig overschreden. Deze hoge waarden hebben verstrekkende gevolgen zo blijkt uit een Scandinavisch wetenschappelijk onderzoek. Wil de Gids van TNO bouw onderschrijft die conclusies en vertelt dat TNO bouw heeft onderzoek gedaan naar de relatie tussen een slecht binnenmilieu en de (leer) prestaties van leerlingen op school in Nederland.
Onderzoek TNO naar leerprestaties
Uit het onderzoek kwam naar voren dat 1500 vd 130.000 basis- en middelbare scholieren in de Haagse regio zijn dagelijks ziek door een slecht binnenmilieu op scholen. En ook 150 leraren voelen zich onwel door de bedompte lucht. Hoofdpijn
en concentratieproblemen komen door onvoldoende ventilatie /isolatie/vochtproblemen. Verder komt uit het onderzoek van TNO naar voren dat kinderen taal- en rekentoetsen minder goed maken dan in een goed geventileerd lokaal. In een gangbaar leslokaal, met gesloten deuren en ramen, maakten de leerlingen gemiddeld vijf procent meer taalfouten en bijna negentien procent meer rekenfouten dan in een goed geventileerd lokaal.
Een slecht binnenmilieu vooral voor kinderen met astma, maar ook voor gezonde kinderen funest.
Kinderdagverblijven
Atze Boerstra van Boerstra Binnenhuis Advies heeft onderzoek gedaan naar het binnenmilieu op kinderdagverblijven. Volgens Boerstra zijn kinderen extra gevoelig voor de effecten van een ongezond binnenmilieu. Diverse onderzoeken hebben uitgewezen dat kinderen die worden blootgesteld aan een ongezond binnenmilieu hebben meer kans op astma en allergieen.
Maar ook leidsters hebben gezondheidsklachten als hoofdpijn, droge ogen, prikkende keel. Ook kan het leiden tot leer-en concentratie problemen. En indirect leidt dit tot ziekteverzuim en lagere productiviteit.
Zowel Atze Boerstra als Wil de Gids van TNO bouw zeggen dat het net zo slecht of misschien wel slechter is gesteld met het binnenmilieu als op scholen.
Convenant
Per 1 september 2004 is er een convenant opgesteld over de kwaliteit van de kinderopvang, Omdat de Wet kinderopvang (1 jan. 2005) alleen ingaat op de algemene kwaliteitseisen ingaat heeft minister de Geus gevraagd of de branche zelf nadere kwaliteitseisen op kan stellen. Het convenant is de basis voor het toezicht van de GGD's.
Met de invoering van de Wet kinderopvang per 2005 is de kinderopvang zelf verantwoordelijk voor een gezonde en veilige omgeving. Kindercentra moeten
jaarlijks een gezondheidsrisico-inventarisatie (waarvan het binnenmilieu een onderdeel is) uitvoeren. Hiervoor kunnen zij gebruik maken van een door het Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid (LCHV) van GGD Nederland ontwikkelde checklist. Het is ook toegestaan een gelijkwaardig alternatief te gebruiken. Aan de hand van geïnventariseerde risico’s beoordeelt het kinderdagverblijf of er acties noodzakelijk zijn. De te ondernemen acties worden vermeld in een plan van
aanpak. De genomen acties en preventieve maatregelen moeten in een gezondheidsverslag worden beschreven. Het toezicht wordt onder de Wet kinderopvang door de GGD uitgevoerd. De GGD-inspecteur beoordeelt de
volledigheid van de door de kinderopvang uitgevoerde risico-inventarisatie en juistheid ervan steekproefsgewijs. Of de Wet kinderopvang bewerkstelligt dat (onder
andere) het binnenmilieu in kindercentra beter wordt, is nog niet onderzocht.
"Regels voldoen niet"
In opdracht van de gemeente onderzoekt de GGD dus of KDV voldoen aan de gestelde eisen. Frans Duijm van GGD Groningen zegt dat het beoordelingssysteem niet goed voldoet. Zo hoeft de GGD niet de CO2 meting te doen, wat juist een belangrijke indicator is van een slecht binnenmilieu. Ook uit een rapport van de GGD Rotterdam blijkt dat het convenant niet goed zou werken. "Op bijna 40 % van de meetdagen is een CO2-concentratie gemeten boven 1000 ppm. Boven deze waarde wordt het binnenklimaat als ongunstig beoordeeld. Vooral peuters blijken vaak te slapen bij te hoge CO2concentraties (61 %)"
"Dit ondanks het feit dat alle onderzochte kinderdagverblijven voldoen aan de eisen die in de Wet Kinderopvang aan slaapruimten worden gesteld. Naar verwachting kan een duidelijke verbetering worden bereikt als de aanwezige ventilatiemogelijkheden beter worden benut."
Volgens Frans Duijm zou de overheid (VWS) striktere regels moeten maken.
Het ministerie van Onderwijs reageert op de stelling dat er vanuit de overheid striktere regels zouden moeten komen. Zij vindt juist dat de branche er zelf voor moet zorgen dat er goede oplossingen moeten komen. Nog meer regeltjes vinden ondernemers niet prettig. Overigens wijst het ministerie op het feit dat inspecteurs van de GGD zelf de gelegenheid hebben strengere regels te hanteren.
Naar aanleiding van het TNO rapport heeft Van geel (toen nog staatssecretaris) twee dingen gedaan.
1. literatuurstudie gericht op binnenmilieu basisscholen (resultaat april 07)
2. een onderzoek i.o.v. OCW, VROM,VWS en SZW naar huidige situatie naar binnenmilieu Het resultaat wordt in juni 2007 verwacht
Onderzoek door TNO naar CO2 gestuurde ventilatiesystemen > verbeteren luchtkwaliteit, maar veroorzaken geluidsoverlast.
Bewustwording
Bewustwording is een belangrijk onderdeel van het ventilatieprobleem op scholen en kinderdagverblijven. Dat een goed geventileerd gebouw beter is voor de gezondheid en prestaties is nu duidelijk aangetoond. In het geval van de kinderdagverblijven hebben zowel ouders, kinderdagverblijven, lokale als landelijke overheden de verantwoordelijkheid moet nemen voor een goede ventilatie.
Ouders kunnen er op scholen of kinderdagverblijven op aandringen te letten op ventilatie. In het geval van kinderdagverblijven is er sprake van een marktwerking. Het is een kwestie van vraag en aanbod. In dit geval zijn de ouders de vraag. Omdat binnenmilieu op dit moment niet een groot onderwerp is, kiezen ouders niet een kinderdagverblijf uit op een gezond binnenmilieu.
Kinderdagverblijven zouden de bestaande ventilatiemogelijkheden goed moeten gebruiken. Goed ventileren is belangrijk.
Daarnaast moet de overheid goed naar de eisen en bijvoorbeeld het bouwbesluit kijken wat er gedaan kan worden om een gezond binnenmilieu op zowel scholen als kinderdagverblijven te krijgen en te houden.
De MO groep, brancheorganisatie voor kinderdagverblijven heeft Radar de volgende reactie gegeven op het onderwerp.
Reactie:
De verantwoordelijkheid voor een goed binnenmilieu ligt primair bij de kinderdagverblijven zelf. In de Wet kinderopvang die vanaf 1 januari 2005 van kracht is, is vastgelegd dat de ondernemer een risico-inventarisatie moet uitvoeren en adequate maatregelen moet treffen. Het binnenmilieu is een van de aspecten van deze risico-inventarisatie. Sinds de invoering van de Wet kinderopvang constateert de MOgroep Kinderopvang, brancheorganisatie voor de kinderopvang, dat het bewustzijn en de verantwoordelijkheid voor veiligheid en gezondheid onder kinderopvangondernemers is gegroeid.
De meting van het onderzoek dateert uit 2004. De Wet kinderopvang was toen nog niet van kracht. De kwaliteitseisen voor kinderopvang -dus ook die voor het binnenmilieu- lieten, als gevolg van verschillend gemeentelijk beleid, toen nog grote verschillen zien. Met de invoering van de Wet kinderopvang in 2005 zijn de kwaliteitseisen landelijk vastgelegd. Naast de invoering van de Wet kinderopvang is bovendien op 1 september 2005 het Bouwbesluit 2003 voor kinderdagverblijven van kracht geworden. Dit bouwbesluit stelt strengere eisen aan de ventilatie.
De MOgroep Kinderopvang constateert dat door de invoering van de Wet kinderopvang en het Bouwbesluit het bewustzijn bij kinderopvangondernemers gegroeid is. Dat blijkt uit een inventarisatie van inspectierapporten van kinderdagverblijven in medio 2006: driekwart van de ondernemers voldoet aan de eisen van de risico-inventarisatie gezondheid. Aangenomen mag worden dat dit sindsdien verder verbeterd is.
Uit de meting van 2004 blijkt dat zowel het gebruik als het onderhoud van ventilatiemogelijkheden verbetering behoeft. Op grond van de recentere bevindingen (inventarisatie inspectierapporten 2006) concluderen we dat kinderdagverblijven hierin al een verbetering hebben gerealiseerd. Gezien het grote belang dat de branche hecht aan een veilige, gezonde en stimulerende omgeving voor kinderen kan extra aandacht voor dit aspect blijvend bijdragen aan verdere verbetering.
De MOgroep Kinderopvang is de grootste brancheorganisatie voor ondernemers in de kinderopvang. Tachtig procent van de markt voor kinderopvang is aangesloten bij de MOgroep.
www.mogroep.nl
|